Bezoekersadres 's-Gravenweg 620
3065 SH Rotterdam
 
   
 

Vijvervissen

Algemeen
 Een vijver is pas compleet als er vissen in zwemmen. Deze tips helpen u de juiste vissen te kiezen en een goed leefmilieu in stand te houden. 

Voorbereiding
 In een nieuwe vijver moet eerst een biologisch evenwicht ontstaan voordat u vissen kunt uitzetten. Hiervoor zijn zowel zuurstofplanten als gewone waterplanten nodig. Zo'n zes weken na het planten kunnen de vissen erin. Er zijn ook startsets te koop die dit proces versnellen. 

Uitzetten
 Een vis heeft minimaal een liter water nodig voor elke centimeter lichaamslengte. Dat houdt dus in dat b.v. een kleine goudvis minimaal 5 liter water nodig heeft om zich prettig te voelen. Voor u de vissen 'loslaat', moeten ze even wennen. Vul een emmer met vijverwater en  laat de vissen een half uur rondzwemmen en wennen aan de watersamenstelling en -temperatuur. 

Soorten
 De goudvis en zijn neef de shubunkin zijn sterke vissen die zich snel thuisvoelen. Ze hebben wel eens de neiging de bodem los te wroeten, waardoor het water troebel wordt. Een laagje vijversubstraat helpt dit voorkomen. De goudwinde is een prachtige vis, die graag aan de oppervlakte zwemt en daar op muggen jaagt. De populaire koikarper is alleen geschikt voor grotere vijvers: hij kan wel een meter lang worden. Waterplanten zijn aan hem niet besteed, die zijn in een hap verdwenen. Zorg er altijd voor dat u alleen vissen bij elkaar zet die elkaar verdragen. Zet geen grote vissen bij kleine, anders krijgen de kleine vissen geen kans om te eten. Zet ook geen roofachtige vissen (zonnebaars, katvis, stekelbaars) bij b.v. goudvissen. Onze tuinadviseurs kunnen u hier alles over vertellen. 

Voeren
 De belangrijkste regel is: overvoer de vissen niet. Een maal in de twee dagen voeren is genoeg. Met een speciale voederring kunt u alle vissen op een plaats laten eten en ze meteen even controleren. Het voer dat na tien minuten nog niet is opgegeten, kunt u beter weghalen. 

Onderhoud
 De grootste vijand van vissen is vuil en troebel water. Ligt de vijver in de zon, dan kunnen algen een plaag vormen. Meer planten en minder bemesting helpt hiertegen. Tip: een paar emmers slootwater met watervlooien erin maken het water binnen 24 uur weer helder. Ook slakken zijn nuttig, omdat ze de algen die tegen de kant groeien eten. Komen de vissen naar de oppervlakte om lucht te happen, dan kunnen er verschillende dingen aan de hand zijn: niet genoeg of juist te veel waterplanten, te veel voer, te warm water, te veel vissen of een vuil biofilter. In het najaar verwijdert u de bladeren van het wateroppervlak en stopt u met voeren. Zorg bij strenge vorst dat een deel van de vijver ijsvrij blijft door een gat open te houden. Nog handiger is een ijsvrijhouder of beluch-tingsset.